Kerkgenootschap der Zevende Dags Adventisten Almelo Oude Deldenseweg 2 Almelo

Het ontstaan van de kerk der Zevende-Dags Adventisten


Aan het begin van de 19e eeuw was er een geestelijke opwekking in Noord-Amerika. Er kwam een hernieuwde belangstelling voor het bestuderen van de bijbel, in het bijzonder van de profetieën. Veel mensen gingen uitzien naar de wederkomst van Christus.Een daarvan was William Miller (1792-1849). Hij begon de profetieën in Daniël en Openbaring te bestuderen. Na een jarenlange studie werd hij ervan overtuigd dat hij de dag kon uitrekenen waarop Christus terug zou komen en wel op 22 oktober 1844. De adventgelovigen leefden naar die dag toe. Velen gaven alles wat zij hadden om de verdere verspreiding van de adventboodschap te ondersteunen, zodat de mensen gewaarschuwd konden worden en zij door hun geloof gered konden worden door Christus.


1844-22 oktober
Toen de tweeëntwintigste oktober aanbrak, verzamelden de adventgelovigen zich in groepen om zingend en biddend de grote gebeurtenis af te wachten. Er gebeurde die dag echter helemaal niets en het liep uit op een grote teleurstelling. Het grootste deel van de ‘Millerieten’, de aanhangers van William Miller, had er genoeg van en verliet de kerk. Anderen bleven optimistisch en stelden een nieuwe datum vast.


1844-1860
Er waren ook nog adventgelovigen die meenden dat de berekening van het jaar 1844 wel juist was, maar dat de profetie verkeerd begrepen was; er had een andere gebeurtenis plaats gevonden dan de verwachte komst van Christus. Zij geloofden dat Christus in dat jaar begonnen was met Zijn werk als Hogepriester in de tweede afdeling van het hemels heiligdom. Deze groep mensen is later uitgegroeid tot het kerkgenootschap der Zevende-Dags Adventisten.

In deze periode was er een meisje van 17 jaar, Ellen G. Harmon, dat ook vol vertrouwen uitzag naar de komst van Christus. Ook zij was heel teleurgesteld toen er niets bleek te gebeuren. In de dagen na de teleurstelling, bad ze samen met een aantal anderen om licht en leiding. Op een morgen in december 1844, kreeg ze een visioen. Ze zag de reis van het adventvolk naar de stad Gods. Ook werd haar de beloning van de getrouwen getoond. Zij was het ook, die bevestigde dat God met zijn heiligdomswerk was begonnen in het Heilige der Heiligen. In 1846 trouwde Ellen Harmon met James White. De volgende vijfendertig jaar evangeliseerde ze met haar man. Ze schreef in deze tijd ook veel boeken.


1860-1888
Tijdens een vergadering in 1860 (van 28 september tot 1 oktober) in Battle Creek, Michigan, werd de naam “Seventh-Day Adventists” voorgesteld en aanvaard. In 1863 werd het Kerkgenootschap der Zevende-Dags Adventisten opgericht in de Verenigde Staten van Amerika met een ledental van 3500. Het overkoepelend orgaan was en is nog steeds de “Generale Conferentie”, met als eerste president John Byington (1798-1887).

Enkele leiders van het eerste uur waren Hiram Edson (1806-1882), Joseph Bates (1792-1872), James (1821-1881) en Ellen White www.egwestate.andrews.edu (1827-1915), J.N. Andrews (1829-1883), J.N. Loughborough (1832-1924) en Uriah Smith (1832-1903).

 

1888
De Generale Conferentie van 1888 in Minneapolis was een mijlpaal in de geschiedenis van het Adventisme. A.T. Jones en E.J. Waggoner brachten het belangrijke onderwerp van rechtvaardigmaking door het geloof ter sprake. Zij vertelden niet iets nieuws of iets dat in tegenspraak was met de eerdere verkondiging, maar het was wel iets dat langzamerhand in het vergeetboek dreigde te raken.

Groei en organisatie
In 1874 werd J.W.Andrews als eerste zendeling uitgezonden naar Zwitserland. Het zendingswerk in Afrika begon in 1879. Het eerste niet protestants christelijk gebied dat bezocht werd was Rusland in 1886. In 1890 kwamen de eerste zendelingen aan op de eilanden van de Stille Zuidzee. De Goudkust (Ghana) van West-Afrika en Zuid-Afrika werden aangedaan in 1894, alsook Zuid-Amerika. In 1896 waren er vertegenwoordigers in Japan. Op dit moment is de adventkerk gevestigd in 205 landen.

In 1888 waren er wereldwijd 26.968 adventisten, terwijl bij de eeuwwisseling dat aantal gestegen was tot ongeveer 75.000. Wereldwijd zijn er nu meer dan tien miljoen Zevende-Dags Adventisten. Het verspreiden van literatuur, gebruikmaking van t.v.- en radioprogramma’s en een netwerk van scholen en universiteiten, gezondheidscentra (ziekenhuizen, klinieken, medische centra, bejaardentehuizen, weeshuizen) hebben bijgedragen tot een enorme groei.

Tijdens de Generale Conferentie van 1901 zijn er conferenties en unie-conferenties opgericht met hun eigen verantwoordelijkheid. De unie-conferenties worden samen gebracht in divisies (zie statistieken). De verschillende divisies vormen samen de Generale Conferentie. www.adventist.org

Vanaf 1903 is Washington D.C., de hoofdstad van de Verenigde Staten, de wereldzetel geweest van de Generale Conferentie. In 1989 is de Generale Conferentie verhuisd naar Silver Spring, Maryland.


De Adventverwachting in Europa
Ook in Europa begon bij velen, zowel theologen als niet-theologen, de adventverwachting te herleven. Aan de hand van bijbelse tijdrekeningen probeerde men het jaar van de wederkomst vast te stellen. Johan Albrecht Bengel (1687-1753), een Luthers theoloog, verwachtte op grond van zijn profethische studies Christus omstreeks 1836.

Manuel Lacunza (1731-1801), een gewezen Jezuïet, schreef onder de schuilnaam Juan Josafa Ben Azra in 1791 een boek over de spoedige komst van Christus.

Het lezen van het boek van Lacunza maakte zo’n indruk op de Schotse predikant Edward Irving (1792-1834), dat hij zich geheel ging toeleggen op de studie van de profetieën.

Joseph Wolff (1795-1865), talengenie en zendingsreiziger, preekte over de tweede komst van Christus in het Nabije Oosten, Perzië, Afghanistan, Afrika, Engeland en Amerika.

In Zwitserland deed Louis Gaussen (1790-1863) van zich horen als een invloedrijk adventprediker.

De Nederlander Hendrik Hentzepeter (1781-1845), hoewel geen theoloog, had grote belangstelling voor de profetieën. Zijn studie leidde hem ertoe de komst van Christus in 1847 te verwachten. Hendrik Hentzepeter wordt vermeld in de Midnight Cry van juni 1844; dit was een tijdschrift van de Millerieten in Amerika.


Zevende-Dags Adventisten in Nederland
De eerste Nederlandse gemeente van Zevende-dags Adventisten werd gevormd uit Baptisten. Een voorganger van een baptistengemeente in ‘t Zandt, een klein dorpje in Oost-Groningen, begon rond 1885 samen met enkele anderen de sabbat te vieren.

In 1896 werd in Amsterdam de eerste officiële gemeente opgericht. Naast de Duitse invloed was er vooral invloed van het toenmalig Amerikaans Adventisme. De adventpionier van Nederland was R.G. Klingbeil (1868-1928), een geboren Duitser die naar Amerika was geëmigreerd. Na zijn theologische studie in Battle Creek werkte hij korte tijd als evangelist in Amerika, totdat hij gevraagd werd naar Nederland te gaan. Hij was 25 jaar oud toen hij in 1893 in Rotterdam met zijn werk begon. Andere werkers in dezelfde periode waren S.N. Haskell, L.R. Conradi, de leider van de adventbeweging in Midden-Europa, en Wibbens.

Joseph Wibbens (1874-1973) heeft zich vooral toegelegd op het uitgeverswerk. Hij was redacteur van twee tijdschriften. Tegelijkertijd was hij ook een plichtsgetrouw zielzorger en een succesvol evangelist. Het eerste kerkgebouw dat de adventbeweging in Nederland in eigendom had, te Wildervank, werd door Wibbens op 13 februari 1914 ingewijd. Wibbens was van 1911 tot 1919 voorzitter van het Nederlandse veld. Daarna verhuisde hij naar België.

Belangrijke personen in deze beginperiode waren tevens P. Schilstra en J. Wintzen (1874-1949).

Het kindertehuis “Zonheuvel” begon haar werk voor de jeugd in 1933. In 1938 kreeg het kerkgenootschap in Nederland de status van Unie-Conferentie met J. Wintzen als voorzitter.

Op de Generale Conferentie van 1946 werd Nederland ondergebracht bij de Noord Europese Divisie. H. Eelsing werd gekozen tot voorzitter van de unie tijdens het eerste uniecongres gehouden na de oorlog.

In 1947 werd Oud Zandbergen aangekocht en op 16 december 1949 begon de “Stem der Hoop” met haar uitzendingen.

Rusthuis “Vredenoord” begon in 1954 met haar zorg voor de oudere adventisten.

Door de jaren heen steeg ook het ledental van de kerk. Waren er in 1930 ongeveer 1000 leden, in 1943 waren het er reeds 1500. Inmiddels is dit aantal ruim 4000. Er zijn 52 kerken.

Het hoofdkantoor is gevestigd te Huis ter Heide met als huidige voorzitter H. Koning. Op het terrein in Huis ter Heide bevinden zich ook een basisschool, het ESDA-instituut en het kantoor van ADRA-Nederland. Ontleend aan Ontstaan en groei van de adventbeweging, R. Bruinsma en Advent Exposé, 100 jaar Adventkerk in Nederland. Uitgeverij “Veritas”.


100 Jaar Adventkerk in Utrecht
De stichter van de adventkerk te Utrecht is R.G. Klingbeil (1868-1928).

Reingold Klingbeil werd in Lehnitz, bij Berlijn, geboren in 1868. In 1876 emigreerde de familie Klingbeil naar Wisconsin in de Verenigde Staten. In 1876 traden zij toe tot de Adventbeweging. Zoon Reingold wilde predikant worden en volgde een stoomcursus van vijf maanden. Eind 1883 kwam hij aan in Rotterdam.

De gemeente Utrecht werd in 1899 door Reingold Klingbeil gesticht. Sindsdien hebben een tiental predikanten de gemeente geleid en is het ledental toegenomen tot een kleine tweehonderd. De huidige predikant in Almelo is J. Engelgeer.


Het ontstaan van onze kerk